De Wandeling

Kies, mijn allerliefste, opdat mijn vuur niet in eenzaamheid opbrandt.
De grond geduldig onder mijn voeten, de aarde die immer steunt, voedt en absorbeert;
Zie door mijn ogen dit veelbelovend pad en reik mij jouw vrije hand.

Fluister mij toe waar jouw hart is gestikt en jouw lichaam in een moeras is verzand,
Opdat ik de grond voor je kan dempen en je geen verdriet meer riskeert.
Kies, mijn allerliefste, opdat mijn vuur niet in eenzaamheid opbrandt.

Welke handen hebben jou gevoed en hebben jouw liefdevol gedragen, opdat je kon gronden op het land;
De stevige aarde, die immer doet groeien, bloeien en hierna composteert.
Zie door mijn ogen dit veelbelovend pad en reik mij jouw vrije hand.

Voel de wind die mij voortstuwt naar avontuur, krachtig, wervelend, tegen alles bestand,
De wind beroert, verkoelt, verwoest en niemand passeert.
Kies, mijn allerliefste, opdat mijn vuur niet in eenzaamheid opbrandt.

Fluister mij toe hoe jouw dromen zijn bedolven en jouw wensen door mistbanken zijn omrand,
Opdat ik al wat jou heeft bedekt wegblaas en je opnieuw wordt geïnspireerd.
Zie door mijn ogen dit veelbelovend pad en reik mij jouw vrije hand.

Kijk omhoog, de hemel helderblauw en oneindig, de Poolster immer als navigant,
Vertrouw mij toe wat jouw ziel deed zingen en welke storm jouw hart heeft verteerd.
De wispelturige wind, die immer vernieuwt, vernietigt, aanwakkert en ook overmand.
Zie door mijn ogen dit veelbelovend pad en reik mij jouw vrije hand.



Join our WhatsApp Community for updates on new posts!

Beeldmateriaal: De wandeling, Marc Chagall

Het Einde Van De Avond

Ik neem een slok van mijn cola en laat het een paar seconden in mijn mond rondwalsen. Het lauwe drankje is waterig en prikloos. Eenmaal geopend is een colafles meestal nog vóór de drukte in de studentensociëteit begint, zowel zijn dop als zijn bruis kwijt. Hier draait alles om grote hoeveelheden getapt bier die moeiteloos in opengesperde kelen verdwijnen. Sommige studenten doen mij met hun rode wangen denken aan de eeuwig gulzige Holle Bolle Gijs. Ik drink niet meer. Op het inschrijfformulier voor de studentenvereniging heb ik als reden ‘geloofsovertuiging’ aangegeven. Ik heb gemerkt dat niemand ooit vraagt naar dat geloof of die overtuiging.

Ik verschuif op de barkruk en plaats mijn voeten op het onderstel. Ik kijk naar een paar studentes op de dansvloer. Hun armen zwiepen rond en hun heupen bewegen schokkerig mee op het gedreun van de bas. Ik herken een paar danspassen van een populaire videoclip. Deze lallende studentes lijken in niets op de danseressen die in de videoclip zo sierlijk als poezen door hun knieën zakken en hun achterwerk omhoog duwen waarbij hun fel gekleurde broekjes tussen elke mogelijke lichaamsspleet verdwijnen. Danskunst doet er op dit uur niet toe. De stotterende bewegingen zijn als een rode lap voor de zatte stieren die vanaf de bar speuren naar ontlading.

‘Ben je stiekem aan het gluren Maartje?’ Ik herken haar stem nog voordat ik haar zie. Mijn adem stokt terwijl een koude rilling door mijn lichaam trekt. Ik slik de brok in mijn keel weg en kijk La-eelja zo onberoerd mogelijk aan. Met haar lange benen, brutale blik en makkelijke lach behoort ze tot de groep populaire ouderejaarsstudenten. Ook ik ken haar, maar dan vanwege de kleinerende woorden en geveinsd onschuldige geintjes die ze, tot groot vermaak van haar beschonken aanhang, ten koste van ons, eerstejaarsstudenten, uithaalt.

‘Heb ik je laten schrikken Maartje?’ Ze draait behendig om mij heen en gaat tussen mijn gespreide benen in staan. In haar ene hand houdt ze een glas bier vast, de schuimkraag is niet meer dan een millimeter dik.

Haar lichaam helt op mij af. Het zweet glanst op haar voorhoofd. ‘Nu ik je zo van dichtbij zie, mag je er best wezen Maartje.’ Nog voor ik iets kan zeggen, duikt ze voorover en legt haar glas achter mij neer op de bar. ‘Ik heet Maarten’ sis ik haar door mijn gesloten kaken toe. Ze heeft nu beide handen op mijn bovenbenen. Haar grip is hard, dwingend. Ik ruik de geur van opgerispt bier bij elke uitademing die ze doet. Ik draai mijn gezicht van haar af en hap naar adem. Ruw trekt ze mijn gezicht naar zich toe. Haar nagels snijden in mijn huid: ‘Zo, zo… de eerstejaars gluiperd heeft een stem. Kijk me aan Máárten.’ Ze wringt haar lichaam verder tussen mijn benen in. De barkruk helt licht achterover. Haar donkere ogen glinsteren als grote levenloze kralen. Ik probeer mijn gezicht los te wrikken, maar haar nagels boren zich steeds dieper in mijn huid.

Ze buigt ze zich voorover en pakt achter mij haar halfvolle glas bier op. Ze kijkt me aan en een grijns vormt zich rond haar dunne lippen. ‘Jij bent nog te jong om naar die dames te gluren Maartje, even afkoelen jij.’ Ze lijkt van de stille smeekbede in mijn ogen te genieten. Haar grijns verbreed terwijl ze het bier in een gelijke straal uit het glas laat stromen. Het lauwwarme bier trekt door het katoen van mijn broek. Een paar druppels spatten tegen mijn shirt. Als het glas leeg is laat ze mijn gezicht los. Ze kijkt me voldaan aan, keert zich om en loopt haar lachende jaarclubgenoten tegemoet.

Terwijl de studentes de sociëteit luidruchtig verlaten gaat het licht binnen langzaam aan. Met het vertrek van La-eelja en haar vriendinnen, is de avond tot zijn einde gekomen. Ik sta op van de barkruk en voel de laatste restjes koud bier langs mijn benen stromen.



Join our WhatsApp Community for updates on new posts!

Beeldmateriaal: Young worker, Amedeo Modigliani