Het moment dat mijn voeten in het soepele, donkerbruine leer van een nieuw paar naaldhakken gleden, wist ik dat er tussen ons wat was veranderd. Ik was immers altijd fervent anti-hakken geweest: slecht voor je knieën, gevaarlijk bij het autorijden en ongeschikt om mee te lopen door de met kinderkopjes bestraatte binnenstad. Toch waagde ik me, onder het mom van het vergroten van mijn professionele uitstraling, aan de zeven centimeter hoge hakken. De eerste keer dat ik de hakken naar werk droeg, koos ik zorgvuldig een bijpassende klassiek gesneden rok. Na een laatste blik in de spiegel haastte ik mij naar kantoor voor ons wekelijks teamoverleg.
In de lift rechtte ik mijn rug en nam ik een stap naar voren. De lift kwam uit op de koffiehoek waar jij elke maandagochtend aan de leestafel de kranten doorbladerde en collega’s die uit de lift stapten begroette. Ik streek nog een laatste keer mijn rok glad.
De deuren schoven langzaam open. Ik wachtte bewegingloos. Een fractie van een seconde keek je op, klaar om mij te begroeten, voordat jouw ogen instinctief naar beneden werden getrokken. Traag en glinsterend van goedkeuring rees jouw blik vanaf de grijze kantoorvloer via mijn enkels omhoog en rustte met een haast onzichtbare glimlach bij mijn ogen.
We waren hooguit een paar uur per week samen op kantoor voor een vergadering. Een enkele keer passeerden we elkaar op de gang. Tijdens deze korte ontmoetingen trok de lucht tussen ons vacuüm en werden onze lichamen ongenadig naar elkaar toegezogen. Steeds was er een telefoontje dat tussendoor kwam of een collega die om aandacht vroeg. Het waren de reddende speldenprikken die zuurstof toelieten en afstand brachten.
Het was aan de randen van de dag dat wij tijdens eindeloze telefoongesprekken ongestoord aandacht hadden voor elkaar. ’s Avonds, aan het einde van de werkdag, als we ieder achter onze eigen file aansloten. ‘s Ochtends vroeg als de ijzige nachtkou nog in de auto hing en het schelle licht van rode achterlichten en witte koplampen de grauwe ochtendwaas doorkliefden.
Ik werd meegevoerd op de deining van jouw stem die door de auto kaatste en zich comfortabel om mij heen wikkelde. Ik hoorde aan de versnelling van jouw woorden wanneer je een riskante inhaalmanoeuvre uitvoerde terwijl er langere pauzes vielen als je eenmaal rustig kon doorrijden. Jouw brommende ge-hum trilde in de ruimte en kalmeerde mijn geraas, terwijl bij jouw harde schaterlach de ruiten meetrilden.
Onze gesprekken hadden zich snel ontwikkeld van collegiale afstemming en praatjes, naar meanderende gesprekken over zowel alledaagse ergernissen en opmerkelijkheden, als over grotere ambities, verborgen twijfels en tersluikse overpeinzingen. Als het gesprek ongemerkt afdreef naar onze respectievelijke partners en relaties bleven we oppervlakkig, haast beleefd. Daar waren we op onze hoede en schoven we rakelings langs een onzichtbare grens.
Ik wilde geen relatie met jou. Ik wilde jou erbij, genieten zonder consequenties. Zonder schuldgevoel over teleurgestelde partners en ontredderde kinderen. Het verlangen die grens te passeren pompte met elke hartslag door mijn aderen en domineerde mijn gedachten. Het was als een uitgehongerde mug die nijdig zoemend zoekt naar het ene gaatje in de klamboe die toegang biedt tot de naakte weerloze huid.
De weken verstreken en het bedrijfsfeest diende zich aan. De avond was broeierig warm, precies een soort zomeravond waar jij de gehele herfst en winter vurig naar verlangde. Het feest was uren geleden gestart en de bediening had ervoor gewaakt dat geen wijnglas lang leeg was.
In de open lucht dansten we met elkaar en met onze collega’s. De sfeer was uitgelaten en uitbundig. Overal om ons heen klonk gelach en overstemden enthousiaste verhalenvertellers elkaar. In die drukte waande ik me steeds even in een vertraagde, stille film als onze ogen elkaar dwars door de menigte vonden.
De avond liep ten einde. Onze aandacht werd getrokken door een collega die hevig aangeschoten over het feestterrein zwabberde. We klemden hem zo goed mogelijk tussen ons in en liepen terug naar het hotel. Grinnikend hoorden wij zijn lallende verhalen en onthullingen aan, wetende dat hij het zich de volgende ochtend niet zou herinneren. Toen hij eenmaal in zijn bed lag, liep je met mij mee naar mijn kamer.
Zachtjes napratend liepen we door de smalle, uitgestorven gangpaden. De gangverlichting was te ver uit elkaar geplaatst waardoor delen van de gang in geheimzinnige duisternis waren gehuld. Naarmate we mijn kamer naderden, vielen er tussen ons steeds langere stiltes. Roerloos stonden we voor mijn deur. Ik draaide mij naar je om en liet mijn lichaam tegen de deur rusten. Ik keek toe terwijl je langzaam hetzelfde deed.
We stonden dicht naast elkaar. Ik voelde jouw lichaamswarmte langs mijn zijde. Het laatste vleugje van jouw parfum drong mijn neus binnen. Secondenlang stonden we daar, leunend tegen een gesloten brandwerende hoteldeur. Allebei staarden we naar het donkere niets dat zich in de gang voor ons uitstrekte.
Met een diepe inademing draaide je jouw gezicht naar mij toe. Ik zag de bezwete plukken haar die tegen jouw slapen plakten. Onze ogen vonden elkaar en klampten zich aan elkaar vast. Langzaam ademde je uit en zonder een woord te zeggen duwde je jezelf van de deur af en liep de gang op, terug naar jouw kamer.
Join our WhatsApp Community for updates on new posts!