Of Love and Early Morning Birdwatching

“Look!” Gilverto pointed to the far end of the creek. “Those are Southern Lapwings. Their greyish-brown and white coats have distinctive bronze, purple, and blue hues near their wings, like shoulder pads.” He chuckled, handing her the binoculars.

Following his directions, Adanna peered across the water’s edge until she spotted the birds. She smiled. “These binoculars are amazing. It’s like the birds are right in front of me.”

He murmured approvingly.

She returned the binoculars and readjusted herself on the porch chair cushions he had laid out for them on the sloping hillside. She had for once agreed to indulge his peculiar birdwatching hobby, knowing that in the next few weeks, he would be spending more time with his daughter, her husband and kids who were arriving this afternoon from the Netherlands. He would be spending time with them, and with Elrita, his wife.

“Have you heard from Mylène?”

“She sent a video of her, Michael, and the kids in the family group chat just before boarding the plane.”
Adanna’s stomach tightened at the mention of the family group chat. “I suppose they’re excited about their vacation.”

“Yes, they are,” Gilverto replied. “Tomorrow, we’re heading to the beach at Bandabou. I’m marinating the meat this afternoon, and Elrita is making her famous potato salad.”

Adanna flinched at the mention of Gilverto’s wife.

“Is Elrita also going to the airport?”

“No, she’ll meet us at the house. She’s going ahead to make sure everything is clean and ready for Mylène and her family. She’s worried that I missed something.” Gilverto rolled his eyes.

He perked up and aimed the binoculars at some small brown, white bellied birds that had just landed in the creek. “Killdeer! What a nice surprise!” He handed the binoculars to her. “Take a look. Do you see the markings across their breast? It’s like they’re wearing two black necklaces, one slightly longer than the other.”

She nodded and slowly moved the binoculars, scanning the rest of the creek. A young flamingo, its feathers still greyish-brown, was scurrying in the water, searching for food. Its pink parents watched vigilantly, foraging and keeping an eye out for threats.

She was aware of Gilverto beside her, looking at her approvingly as she showed interest in his beloved birds.

She stifled a laugh. How had she ended up here? Watching birds, early on a Saturday morning, with this man. A married man.

His wife lived in their apartment in a newly developed, vibrant area of the historic city center, enjoying the companionship of her friends and, according to Gilverto, other lovers. He stayed in their matrimonial house. They remained friendly, casually interacting at grocery stores or restaurants and spending time together when their children and grandchildren visited.

Adanna lowered the binoculars and looked at Gilverto. “So, Elrita’s heading to your house now?”

“Yes,” Gilverto replied. “She knows I’m not home. She can use her own key.”

Adanna stared at the creek, where a breeze had ruffled the surface, sending low waves rippling through the otherwise still water. The compulsion was too strong; she had to ask the question she already knew the answer to. “Why don’t you get a divorce?”

“Dushi, you know why. That would mean selling the house, the apartment, sorting out the family business, dealing with lawyers, paperwork. In the end, Elrita and I would just end up living as we are now. No, life right now, is just too short for that.”

She sighed, lifted the binoculars, and turned her upper body away, focusing on nothing in particular at the creek’s far edge.

At times, she still felt uneasy. Gilverto and his family might be okay with the arrangement, but starting a relationship with a married man had always been a no-go for her. In addition, on their small island, everyone knew he was married and she was the other woman—a label she never wanted for herself.

She had wanted what he once had—or at least what he had at the beginning: two people choosing each other, a shared life, marriage, kids, and now grandchildren. Adanna’s life had taken different turns; she had chosen and sometimes unwillingly stumbled down a path different from what she had foreseen when she was younger. Gradually, her ideas of how her life would be, how she would love and be loved, had crumbled away. These notions were now nothing more than faded dreams.

Her younger self would never have been in this relationship. Her younger self…She glanced down at her arms, noting the light brown, wrinkled skin. Age spots had appeared. Her hands, too, were slowly turning into those of an older woman, with paper-thin skin and pronounced veins.

Gilverto gently placed a hand on her thigh, interrupting her thoughts. He sought her eyes. She looked at him—a warm, kind face with deep crow’s feet and wrinkles that accentuated his smile.

“Thirsty? I brought us some fresh ‘awa lamoenchi’ with a bit of sugar, just the way you like it.”

She smiled. He hated sugar in his lemon drink, preferring the mouth-puckering sourness.

He rolled onto his hands and knees, then pushed himself upright. As he stood, an “oomph” escaped his lips. “Young as a buck,” he laughed, rubbing his stiff knees before heading toward the car parked about fifty meters away.

“This is a nice place,” she said once he returned and sat next to her. “Do you come here with your birdwatching group?”

“No, this is my secret spot,” he said with a mischievous grin. “I’ve been coming here for years. Not many people know about it—it’s a hidden gem in a busy neighborhood.” He turned to observe the creek. “I’ve never brought anyone here, not even Elrita or the kids. I thought it would be nice for us to spend some time here together, today.”

She glanced at him, sitting at ease, enjoying the view and her company. She felt her chest expand. Maybe she had finally found her own unconventional, but loving path.

A special thanks to Birdwatching Curacao for organizing birdwatching trips and educating us all.

Join our WhatsApp Community for updates on new posts!

Photo by Derek Keats on FlickR

Het Weerzien

Selena was diep de achtertuin in gelopen om de praatjes met de jarenlang uit het oog verloren kennissen te ontvluchten. De aanwezigen waren naarmate de avond vorderde, als vanouds, steeds luidruchtiger en jovialer geworden. De afgedankte badkuip die speciaal voor dit soort gelegenheden in de tuin leek te staan, was al een keer bijgevuld met flessen wijn, bier en zakken met ijs om alle drank koel te houden. Op verschillende statafels lagen schalen met overgebleven toastjes naast half leeggedronken flessen bier.

De muziek stond net hard genoeg aan om de beschonken feestgangers ritmisch op de klanken te laten meedeinen en net zacht genoeg zodat aangeschoten mannen elkaar met sterke verhalen en dronken anekdotes konden aftroeven. Het stemgeluid van de mannen was laag en zwaar, bedoeld om indruk te maken op de dames die met verhitte gezichten roddels uitwisselden en zo nu en dan in een overdreven schaterlach uitbarstten.

Selena’s blik gleed over de omgewoelde weilanden die aan de tuin grensden en zich weids voor haar uitstrekten. Smalle mistbanken hingen laag boven de grond waardoor de bomen die in de verte het land begrensden in de lucht leken te zweven. Langzaam voelde ze haar kalmte en daarmee ook haar vastberadenheid terugkeren. Sinds ze de uitnodiging voor het feest had ontvangen, had ze naar deze avond uitgekeken. Dit was haar kans om hem te spreken. Na al die jaren. Na het ongeluk.

Ze rolde met haar schouders en liep op het huis af. Een man liep haar kant op. Zijn blik was op de grond gericht zodat hij zich op de ongelijke grond niet zou verstappen. Hij had haar nog niet opgemerkt. De man was iets korter dan zij. Hij had een wat vierkant postuur en zijn schouders hingen licht naar voren. Selena herkende gelijk de contouren van de man van toen die ze nu net zou gaan zoeken.

Instinctief stapte ze naar voren om hem met een stevige omhelzing te begroeten. Halverwege de beweging deinsde ze terug. Na dat rampzalige jaar en de beperkte werkzaamheid van vaccinaties, omhelsde je uit voorzorg nog alleen naaste familie of hechte vrienden. Ze kon nog steeds moeilijk aan de nieuwe situatie wennen. Ze wilde haar armen om zijn nek slaan en de geruststellende druk van zijn omhelzing om haar lichaam voelen. Het werd een onwennig knikje vanaf de nu zo gebruikelijke fysieke afstand tussen twee mensen.

‘Ehm… Hi… Ik…Gecondoleerd… Ehm..Hoe…Hoe gaat het nu met je?’ De nadruk op ‘nu’ was te sterk, alsof ze hem ter verantwoording riep. Selena inhaleerde diep in de hoop haar begroeting weer terug haar mond in te zuigen. Tevergeefs.

Een donkere waas trok over zijn ogen. ‘Ja. Ach. Wat valt daar over te zeggen.’ Met de punt van zijn schoen wreef hij wat aarde voor zijn voeten weg.

‘Ja….. Natuurlijk. Ik. Ja…. Stomme vraag….Dat is natuurlijk niet te…’ Haar adem stokte. Ze zocht verwoed naar de juiste woorden. Maandenlang hadden de woorden in haar hoofd een verhitte strijd met elkaar gestreden. Ze waren over elkaar heen getuimeld, vormden zorgvuldige zinnen en spatten na een kritische ontleding weer uit elkaar waarna het gehele proces weer van voorafgaan begon. Nu leek ze elke grip op deze zorgvuldig voorbereide gedachten te verliezen. ‘Ik…Ik ben blij… dat je gekomen bent…fijn….fijn om je te zien.’

Hij schraapte zijn keel. ‘Ja, je moet wat hè. Het huis uit. Ik wilde wel even langskomen’. Hij wees met zijn kin in de richting van het huis van de gastheer. ‘Voor hun. Als dank.’ Selena knikte en keek hem wat langer aan.

De jaren hadden diepe groeven in zijn gezicht achtergelaten. Vlak boven zijn oren omringde wat grijsbruin haar een verder kaal hoofd. Hij wreef met zijn hand over zijn voorhoofd. Selena herkende het gebaar waarmee hij jaren geleden het tropenzweet dat zich steeds boven zijn borstelige wenkbrauwen verzamelde wegschoof. Ze kon haar glimlach niet onderdrukken. Even keek hij haar, alsof betrapt op een ondeugd, aan voordat op zijn gezicht een jongensachtige brede lach verscheen.

Hij stapte vooruit en liet zijn rechterhand rusten in de golving tussen haar nek en schouder. Ze drukte haar wang uit automatisme tegen zijn warme hand. Zijn blik verzachtte: ‘Vertel eens, hoe gaat het met jou? Woon je nu hier?’

‘Met mij gaat het goed. Ja…Ik ben weer terug. Mijn toekomst lag toch niet daar….Ik begin hier weer opnieuw, terwijl er zoveel van mij daar achter is gebleven. Ik moet dat loslaten. De persoon die ik was, het leven dat ik leidde, allemaal voorbij. Het voelt alsof ik voorgoed afscheid heb moeten nemen van een deel van mezelf….. Dat valt me zwaar….. Dat had jij vast ook toen.’

Hij kneep zijn ogen samen en liet haar los.

‘Ik… ik bedoel, het afscheid toen je vertrok. Niet het afscheid daarna natuurlijk……’ Ze schudde haar hoofd. ‘Afscheid nemen van een woonplaats is natuurlijk niet te vergelijken met… met..’

Hij hoestte kort. ‘Hmhm.’

‘Ik wilde je.… Ik probeerde nog aan jouw telefoonnummer te komen. Ik wilde je een bericht sturen. Iets. Ik vond uiteindelijk via de telefoongids een adres waarvan ik dacht dat het van jou kon zijn…. ‘ Heb… heb je mijn kaart ontvangen?’ Ze zocht in zijn ogen naar een reddingsboei, iets waar ze zich aan kon vastklampen. Haar moeite was vergeefs, zijn ogen waren zo ondoorgrondelijk zwart als de zee tijdens een zwaar bewolkte nacht.

‘Misschien is het niet aangekomen? Of…. Nou….het kan ook zijn dat zo een kaart je niet bijgebleven is. Je hebt vast zoveel berichten ontvangen…Het was ook zo onwerkelijk…Ik kan me niet voorstellen…Ja…. Dus ja, dan kan je dat allemaal niet…’

‘Ja het was erg veel. Nog bedankt dan.’

‘Ik ben er zo… ja… zo van geschrokken. Ik wilde je laten weten dat ik aan je dacht. Ik wilde…’

‘Ach schat, hier ben je!’ De vrouw verscheen als uit het niets aan zijn zijde. Diepliggende blauwe ogen keken hem bezorgd aan. De huidplooien in haar zongebruinde gezicht en decolleté verrieden een in de overige seizoenen blanke, kwetsbare huid. Ze schoof haar arm om zijn middel en drukte zich tegen hem aan. ‘Ik kon je al een tijdje niet vinden.’ Ze streek zacht met haar handpalm langs zijn wang. Na een laatste blik op zijn gezicht, keek de vrouw Selena vragend aan.

Selena stak haar hand ter begroeting op. ‘Selena, aangenaam…’.

De vrouw keek beurtelings Selena en daarna hem aan. Hij schraapte zijn keel. ‘We kennen elkaar nog van vroeger. Selena kende….’ Hij slikte even. ‘Nog van toen, van die tijd…. daar.’

‘Ja…..juist, dat klopt! Ik ben sinds kort weer in het land. Ik was niet hier… toen ehm… laatst. Om afscheid te kunnen nemen. Ik vertelde net dat ik overal had gezocht naar een telefoonnummer. Ik heb uiteindelijk een kaart gestuurd.’

De vrouw knikte bedachtzaam. ‘Oh, ja.. bedankt. Ja, een moeilijke tijd. Het was natuurlijk erg onverwacht. Zo’n overlijden is zo zinloos.’

De vrouw keek de man liefdevol aan en kneep snel in zijn hand. ‘Vanavond zijn we eindelijk weer even een avondje uit, gezellig met vrienden. Hè lieverd? Kom, laten we naar binnen gaan. Lize en Ronald willen jou vast nog spreken. Ik kan nog wel een drankje gebruiken. Bovendien, het koelt hier in de tuin nu snel af.’

Haar hand schoof van zijn middel naar de ruimte tussen zijn schouderbladen. Zachtjes duwde ze hem met haar handpalm richting het huis. Hij verroerde zich niet. Ze liet haar hand zakken en liep richting het huis. Haar zomerse tuniek bewoog soepel mee met haar zelfverzekerde stappen. Na een paar stappen draaide ze zich om en knikte ten teken van afscheid naar Selena.

Selena keek naar de man die, verzonken in zijn eigen gedachten, bewegingloos tussen haar en de andere vrouw in stond. Zoals hij daar stond, moest ze terugdenken aan een standbeeld dat in de tuin van een landhuis stond dat ze als kind vaak had bezocht. Het stenen beeld was ooit de trots geweest van de beeldhouwer en een symbool van hoop en verbondenheid voor de vele bezoekers van het landhuis. Het gebruikte steen was echter niet geschikt om blootgesteld te worden aan de zoute zeelucht, de verzengend hete zonnestralen en de haast onzichtbare kleine zandkorrels die gedragen door de passaatwind ongenadig het steen schuurden. De kenmerkende details en contouren van het beeld vlakten af, het steen werd op sommige plekken poreus. Uiteindelijk werd het grauwe en verweerde standbeeld uit de tuin verwijderd en kon het onkruid ongeremd groeien over de ontstane lege plek.

De man schudde een paar keer met zijn hoofd, alsof hij hiermee zijn gedachten weg wilde jagen. Hij keek Selena aan: ‘Dag, lieve schat.’

Hij keerde zich om en liep de vrouw met zware stappen tegemoet. De vrouw sloeg een arm om hem heen. Ze drukte hem kort tegen zich aan en loodste hem naar het vrolijke geroezemoes bij het huis.

Selena stak haar arm uit. ‘Ik…’. Het geluid klonk niet harder dan de ritseling van een klein nachtdier. Ze ademde uit en vertrouwde fluisterend haar woorden toe aan de koele avond. Ze wierp nog een laatste blik op het huis waar het paar allang in was verdwenen. Het was tijd om deze plek te verlaten.

Join our WhatsApp Community for updates on new posts!

Photo by laura adai on Unsplash