IJsschots

Sam staarde naar zijn lege glas op de bar.

‘Nóg een?’ 

‘Ja.’

‘Zware dag?’

‘Hmhm…. Ja.. dat kun je wel zeggen.’

Sam keek de barman aan. Die was jong, misschien een jaar of 25. Vrij kort van postuur, gespierde bovenarmen. Zijn walnootbruine gezicht werd omlijst door een smalle, kort geschoren baard.  Zijn zorgvuldig gedraaide dreadlocks had hij in een lage staart achter zijn nek vastgebonden.

Sam bracht het bijgevulde glas naar zijn lippen. Ook deze slok brandde via zijn slokdarm naar zijn maag. 

‘Ik had net een belangrijk gesprek.’

De barman keek naar het weer bijna lege glas. ‘Dat ging niet helemaal zoals gewenst?’

‘Nou…Ik dacht… Niets aan de hand… Een formaliteit. Daarna gewoon weer door, aan het werk.’   

‘Ah!’ De barman wreef driftig met een theedoek over de bar. ‘Zo’n gesprek waarin ze je vertellen wat je verkeerd hebt gedaan. En dat je weg moet. Toch?!’

De jonge stadsrasta wachtte niet op een antwoord. ‘Onzin is het, hoor. Die baas van je ziet alleen wat hij zelf wil zien, wat hij fout vindt.’ Hij schoof de theedoek half in zijn achterzak. ‘Ze vragen je nooit waarom je de dingen doet zoals je ze doet. Ze zeggen alleen maar ‘Nee, fout!’.’

Sam liet de woorden tot zich doordringen. De barman had de conclusie getrokken dat Sam hier zat omdat hij ontslagen was, omdat hij weg moest. Tja. Zo kon je het ook bekijken. Sam tikte met zijn glas op de bar. Het gebaar was alle bevestiging die de barman nodig had.

 ‘Genoeg andere banen. Dat zeggen ze toch altijd? Ik zeg dat wel, hoor. Ik ben zo vaak afgewezen. Gewoon doorgaan. Nu sta ik hier.’  Hij spreidde zijn armen, rechtte zijn rug en wees over de lengte van de bar. ‘Ik moet gewoon achter een bar staan. Barman zijn.’  

De onverschrokken stellig uitgesproken woorden deden Sam licht ineenkrimpen.  Het was alsof hij een tik tegen zijn nier had gekregen. Geen harde klap van een doelgerichte tegenstander. Eerder een plagerige stoot op een kwetsbare plek. Een plek waar herinneringen aan de keren dat ook Sam zijn plek in de wereld had geproclameerd, zich mokkend schuilhielden. Sam schudde de gedachte van zich af en glimlachte de jongeman bemoedigend toe.

‘Waarom ik achter een bar moet staan?’ Behendig duwde de barman een losgeraakte dreadlock terug tussen de rest van de vastgebonden bos.  ‘Mensen praten met mij. Ik kan goed cocktails mixen. Ik ben ook een tijdje barista geweest. Dat was tof werk. Maar mijn manager vond dat ik er te lang over deed, teveel met klanten praatte. Aanpappen, noemde hij het. Dus toen kon ik vertrekken. Maakt niet uit. Nu ben ik hier. Dit is tijdelijk hè. Ik doe ervaring op. Dan begin ik mijn eigen zaak.’

Met de vingers van zijn linkerhand vormde hij in de lucht de letter C: ‘Cocktails, Coffees & Chats’. Breed grijnzend keek de jongeman hem aan.  Sam knikte de barman goedkeurend toe. ‘Goed idee, man. Laat maar weten, ik kom zeker langs!’

Tevreden met zijn reactie draaide de stadsrasta zich half om en liep op een jonge vrouw af die al een tijdje naar hem had staan seinen. Na twee stappen stond hij weer stil, leunde achterover en sprak Sam op samenzweerderige toon toe. ‘En natuurlijk  de vrouwen hè,  die zomaar naar mij toekomen, hoef ik niets voor te doen. Ook daarom ben ik barman.’ Hij lachte en snelde naar de vrouw toe.  

Sam keek de jonge man na. Een eigen zaak beginnen. Nog zo’n idee waar hij zelf ook al jaren mee rondliep. Een plek, uitkijkend over de zee, waar je bij harde wind de golfslag tegen de rotsen kunt horen beuken en het zeezout op je lippen proeft. Een plek waar je tot rust komt, genietend van het zicht over het water, zonder het brutale gekwetter van luidruchtige vakantiegangers of het armoedig gejengel van Spaanstalige dansmuziek.

Even liet hij zijn hoofd hangen. Ja, dat was een goed idee geweest. Hij had zich, zoals vaker, vol enthousiasme gestort op het uitwerken van het idee. Tot de uitvoering was het ook bij dit plan, nooit gekomen.

Soms was hem het gevoel bekropen dat zijn leven uit losse fragmenten bestond. Alsof er steeds een brok ijs losbrak. Een nieuwe ijsschots die fier, met de bravoure en overtuiging de reis alleen aan te kunnen, hoog boven de zeespiegel uit torende, door onzichtbare stromingen zijn koers volgde om uiteindelijk, net als alle voorgangers, roemloos weg te smelten en vormloos te verdwijnen in de anonieme zee.

Op zijn werk was het al niet anders. Er waren altijd nieuwe projecten, die de zelden afgeronde projecten in rap tempo opvolgden. Het had Sam naar verschillende landen gebracht, waar hij steeds twee of drie jaar bleef, voordat hij zijn weinige eigendommen weer behendig inpakte, een afscheid organiseerde voor de collega’s en vrienden die hij op zijn recentste tijdelijke bestemming had gemaakt, om vervolgens elders aan nieuw avontuur te beginnen. Hij legde makkelijk contact en ging na elke verhuizing nieuwe vriendschappen aan. Nieuwe relaties, ook dat, al kwam hij nauwelijks voorbij die eerste fase van koortsachtige nieuwsgierigheid en fysieke hijgerigheid.

Met een paar vrienden hield het contact na vertrek nog wel een poos aan. Een enkele keer diende hij als vakantieadres. Zelf zegde hij het wel steeds toe, maar reisde hij nooit terug naar de plaatsen waarvan hij eerder afscheid had genomen. Naarmate de jaren verstreken, droogden ook deze contacten als een stuk afgedankte huishoudzeem op. 

Nu zat hij hier.

‘Het is niet best’, had de arts gezegd. Hij had met zijn tong geklakt voordat hij op vlakke toon vervolgde: ‘Het is uitgezaaid.’ De arts praatte door, maar zijn stem klonk dof, ver weg, amper hoorbaar boven het gewelddadige gekraak van de ijsschots die zich losscheurde en aan zijn jammerlijke reis begon. Sam ving hier en daar een woord op; ‘agressief‘, ‘pijnbestrijding’, ‘dierbaren’.  Hij had een paar keer begrijpend geknikt.

Pas toen hij een tijd later in dit café een flinke slok whisky nam, schrokken zijn zintuigen weer wakker. Zijn keel brandde, het geluid van kletterende borden drong zijn oren binnen. De schimmige contour achter de bar bleek een jonge barman met een  whiskyfles in zijn hand en dappere toekomstplannen in zijn hoofd te zijn.  

Sam keek voor zich uit. In de spiegel achter de bar, tussen de zorgvuldig  geëtaleerde flessen, in kleur variërend van kleurloos tot mosgroen en aardebruin, zag hij zichzelf. Uitgezaaid in onbestemde fragmenten.



Join our WhatsApp Community for updates on new posts!

Beeldmateriaal: Figura + Casa + Spazio, olio su tela, Lyubov Popova